|
Bij traumatherapie (een verzamelnaam voor verschillende methodieken) denken we aan drie fases:
Stabilisatie:
Hierbij
horen ik-versterkende technieken, ontspanningsoefeningen om de ergste
stress te bezweren en een uitgebreide anamnese (ziektegeschiedenis).
Doorwerken van het trauma:
In
de reguliere hoek vaak ‘praten over de akelige gebeurtenis(sen) in de
alternatieve hoek vaak herbeleving (regressie) van deze
gebeurtenis(sen). Tegenwoordig zien we zowel in de reguliere als
alternatieve hoek de opkomst van een nieuwe verwerkingstechniek: EMDR
(zie aldaar). Deze techniek werkt sneller, is cliënt-vriendelijker,
minder belastend en geeft een betere integratie van het emotionele met
het cognitieve brein, m.a.w. een betere samenwerking tussen ‘hoofd en
hart’.
Resocialisatie:
Het
langzaam terugbrengen van de cliënt in de dagelijkse werkelijkheid.
Hieronder vallen het aanleren van sociale vaardigheden, het leren
stellen van grenzen, het verwerven van nieuwe hanteringwijzen in plaats
van de oude, gebrekkige overlevingsmechanismen.
In de opleiding komen alle fases en genoemde technieken aan bod.
|